1 Created with Sketch.

Zorg

In ons onderwijs houden we rekening met verschillen tussen leerlingen. Kinderen krijgen extra uitleg en oefening of juist extra uitdaging en verdieping. Zo nodig spreken we met ouders een alternatief programma of extra begeleiding af.

Deze afstemming van het onderwijs wordt gecoördineerd door de Intern Begeleider (IB’er). In veel gevallen is afstemming in de klas voldoende. Soms heeft een kind individueel hulp en begeleiding nodig. Dit wordt verzorgd door de IB’er of een leerkracht. Samen met ouders, leerkrachten, een orthopedagoog van het RPCZ en de IBer overleggen we welke stappen we kunnen nemen. Dit doen we in de HGPD gesprekken. Wanneer extra onderzoek nodig lijkt doen we een beroep op de bovenschoolse zorgstructuur ‘Kind op 1’. Om passend onderwijs te kunnen bieden vragen we soms extra middelen aan (een arrangement): extra tijd, instructie, materialen of een externe deskundige. Iedere school heeft een Schoolondersteuningsprofiel: een document waarin de algemene ondersteuningsbehoeften van de school zijn beschreven, de grenzen van de opvangbaarheid en de ambities van de school.

Doel van onze zorg is om kinderen zoveel mogelijk en zo lang mogelijk in hun eigen groep op te vangen, daar is elk kind het beste bij gebaat. We kennen daarvoor een goed systeem van leerlingbesprekingen, groepsbesprekingen, groepsplannen en evaluaties. Een leerkracht wordt daardoor in staat gesteld om de juiste onderwijsbehoefte van kinderen in kaart te brengen.

ZORGBEHOEFTE VAN KINDEREN.

Bij elk vakgebied worden regelmatig observaties en toetsen afgenomen. We kennen twee soorten toetsen :

Methode-afhankelijke toetsen:

Na elke “blok”-periode wordt er gecontroleerd of een kind alle tot dan toe aangeboden stof beheerst.

Methode-onafhankelijke toetsen:

bijvoorbeeld cito-toetsen. Deze worden in elke groep voor de meeste vakgebieden 1 of 2 keer per jaar afgenomen. Onze geautomatiseerde verwerking van deze toetsen vergelijkt de resultaten van elk kind met de gemiddelde resultaten van kinderen in gelijksoortige groepen in Nederland.

 

Analyse:

Na elke toets analyseert de leerkracht de toetsen van de kinderen. Op basis van de resultaten van de toetsen gaat een leerling verder met specifieke herhalings- of verrijkingsstof.

Als dat voor een leerling niet voldoende oplossing biedt wordt de “intern begeleider” ingeschakeld. Deze gespecialiseerde leerkracht helpt de betreffende groepsleerkracht verder op weg met aangepaste lesstof, speciale didactiek of andere hulp.

Biedt ook dit te weinig perspectief voor een snelle vooruitgang, dan zal de zelfde intern begeleider verder onderzoek gaan (laten) doen en dit onderzoek bespreken met de collega’s in de leerlingbespreking. In die vergadering worden afspraken gemaakt over de verdere hulp aan deze leerling.